• Jongeren ontwikkelen zich in interactie met hun ouders, broers/zussen, familie, docenten, medeleerlingen en vrienden. (Contextuele benadering en transactionele analyse ) De richting gaat niet alleen van volwassene naar kind maar gaat ook weer terug: van kind naar volwassene.

  • Op school hebben we te maken met een grote variĆ«teit aan gedrag , omdat er sprake is van interactie van leerlingen , leerkrachten , ouders en andere betrokkenen. Het omgaan met elkaar gaat helaas niet altijd vlekkeloos. Zo kan er in een klas een negatieve sfeer ontstaan met als gevolg een negatieve groepsontwikkeling. Dit fenomeen is een veel voorkomend probleem in het onderwijs. Mede naar aanleiding van het bovenstaande is het osiB-model ontstaan. Elementen die kunnen zorgen voor een adequate oplossing, zijn opgenomen in het osiB-model.